Deze pagina: 20.Ziektes en plagen

20.1 Preventief werken
20.2 Mogelijke vergissingen
20.3 Bestrijdingsmethoden

20.1 Preventief werken
Voor alle plagen geldt: voorkomen is beter dan genezen. Onderstaande punten kunnen je helpen om problemen te voorkomen of in de kiem te smoren.Een goed begin is het halve werk:
Start dan ook met goed materiaal dat vrij is van ziekten,kiemen en plagen. Dit geldt niet alleen voor de wietplanten maar ook voor de ruimte waarin wordt gewerkt.Houd de kweekruimte schoon. Houd de vloeren vrij van plantenafval en andere ongerechtigheden. Verder houd je de ruimte zo schoon mogelijk door alles wat voor het wiet kweken niet strikt noodzakelijk is te verwijderen. Hoe minder hoekjes, gaatjes en kiertjes, hoe minder schuilplaatsen voor belagers van het gewas. En natuurlijk maak je alle gereedschappen na gebruik heel goed schoon.Zorg dat je wietplanten er altijd optimaal bijstaan. Begin met gezonde wiet planten en zorg voor de best haalbare groeiomstandigheden. Dergelijke planten hebben en houden een goede weerstand tegen ziekten en plagen. Wanneer aan één van de groeivoorwaarden niet of minder goed wordt voldaan, raken de planten in stress en wordt de weerstand minder. Daarmee zet je de deur open voor belagers.Voorkom dat je planten te dicht op elkaar staan. De planten worden dan bij gebrek aan levensruimte en lucht zacht en iel en dus extra gevoelig voor ziekten en plagen. De planten zullen bovendien de neiging hebben ‘door’ te schieten; ze gaan de hoogte in plaats van de breedte in.Houd er bij het aantal planten dat je in de kweekruimte uitzet rekening mee dat de planten fors zullen uitgroeien. Een aanvankelijk onderbezette ruimte kan binnen een week veranderen in een compleet oerwoud.

Controleer de planten en de kweekruimte heel regelmatig op de aanwezigheid van beesten. Zoek ook naar verdachte plekken en vlekken. Probeer net als Sherlock Holmes niet te rusten voordat je alle onregelmatigheden hebt kunnen verklaren.
Houd insecten buiten de kweekruimte. Span bijvoorbeeld insecten-gaas voor alle (ventilatie-) openingen; hierdoor worden vliegende insecten tegengehouden. Voor de ingang naar de kweekruimte kun je wellicht enkele vangstrips ophangen.
Voorkom dat mensen, gereedschappen e.d. die van buitenaf in de kweekruimte komen beestjes en schimmels in jouw tuin kunnen introduceren. Wie veel kweekruimten achter elkaar bezoekt, rent daarom niet van de ene tuin de andere in zonder beschermende of schone kleding aan te trekken.
Mocht je op de kennis en ervaring van een growshop willen terugvallen, denk er dan aan dat het in ieders belang is dat je eventueel besmet materiaal in bijvoorbeeld een jampotje doet om verdere spreiding van de plaag bij argeloze growshopbezoekers te voorkomen.

20.2 Mogelijke vergissingen:

Overbemesting
met een opeenhoping van voedingszouten in het medium
Als het water rond de wortels te zout is wordt vocht aan de plant ontrokken in plaats van andersom.
Behandeling: koop nieuwe aarde voor de juiste EC-waarde en daarna begin je met een lichtere voedingsoplossing. Waarschijnlijk was de laatste dosering goed.
Symptomen van overbemesting zijn: gestagneerde groei, kleine bladeren en vergeling van vooral de bladranden.

Verdrinking
Als de bladeren slap worden en gaan hangen duidt dit op een extra symptoom van verdrinking. Zelfs bij de kweek op aarde kunnen te nat staan. Door overmatig vocht in de aarde wordt de zuurstof uit de aarde verdrongen, en zonder zuurstof sterven de wortels onherroepelijk af. Beginnen de verschijnselen al kort na de start van de kweek ga dan na of je wel goede aarde gebruikt die de juiste dichtheid hebben. De dichtheid bepaalt namelijk het vermogen van aarde om vocht vast te houden en gelijkmatig door de aarde te verspreiden.

Onvoldoende belichting
Waarschijnlijk hangt de lamp te hoog boven de planten of te ver van de planten af. De planten zullen zich dan naar de lichtbron gaan uitrekken en snel omhoog schieten. Op de steel wordt de afstand tussen twee knopen ( internodes) te groot. Sla in dit geval hoofdstuk verlichting eens op en lees hoe je de belichting op de juiste hoogte instelt.

Onvoldoende CO²
In principe kun je bijna geen CO²-gebrek krijgen in de ruimte, omdat er voldoende CO² in de buitenlucht zit die via luchtinlaat en de kieren van de ruimte binnenkomt.
Wat er wel kan gebeuren, is dat de aanwezige CO² de planten niet kan bereiken doordat er onvoldoende luchtcirculatie binnen de ruimte is.
Het bladerdek van de planten is een heel goede isolator, dat houdt in dat de lucht die zich tussen de bladeren bevindt in principe stilstaat. Is de CO² in de lucht snel uitgeput waarna alle processen in de plant zullen komen stil te liggen, en de plant uiteindelijk bijzonder 'mager'zal blijven of zelfs zal afsterven. De enige oplossing is het beter laten circuleren van de lucht met behulp van zwenkventilators.

Stikstof (teveel)
Hierdoor kan de plant minder vocht en voeding uit het groeimedium opnemen. Het teveel werk je weg door de aarde door te spoelen ( gewoon water geven ) en een dag later met een goede voedingsoplossing verder te gaan.

Stikstof ( tekort)
De bladverkleuring begint onderaan de plant en kan zich later naar boven uitbreiden. Stikstof heeft de plant gedurende haar hele bestaan in grote mate noding. Een tekort maakt de plant boven dien vatbaar voor schimmels. Een gebrek kun je aanvullen door tijdelijk extra stikstof door de voedingsoplossing te mengen. Na een paar dagen zal de bladkleur zich wat herstellen, ook al zullen deze bladeren nooit meer de oude worden. Nieuwe gevormde bladeren zullen weer normaal van kleur en grootte worden.

Fosfortekort
De roodpaarse verkleuring, bij op het eerste gezicht gezonde groene planten is vooral zichtbaar bij de nerven aan de onderkant van de bladeren. De symptomen lijken op die van een ijzertekort. Haal die twee niet door elkaar: extra ijzer maakt het fosfortekort alleen maar erger! Een echt fosfortekort kun je aanvullen door aan de voedingsoplossing tijdelijk een voedingssuplement met extra P (fosfor) toe te voegen ( zoals PK13/14). De bladeren die al aangetast zijn, zullen zich daardoor niet herstellen, maar de fleurt wel weer op en maakt gezonde nieuwe bladeren. Symptomen zijn dwerggroei en donkerpaarse vlekken op de bladeren, die daarna vergelen en opkrullen.

Kaliumtekort
Een licht kaliumtekort met wat necrotische plekken (vieze bruine vlekken, vooral aan de randen van de onderste bladeren ) staat weliswaar niet mooi, maar heeft geen speciale behandeling nodig. Het duidt op een verstoorde vochthuishouding. Als het aantal plekken zich echter snel uitbreidt, is het tekort ernstiger en zul je tijdelijkwat extra K (kalium) door de voedingsoplossing moeten mengen. Het herstel gaat langzaam: nieuwe bladeren verkleuren niet verder en na enkele weken zullen de jonge blaadjes weer gezond het daglicht zien. Symptomatisch voor een kaliumtekort is het geel worden van de bladranden, die daarna verbranden.

Magnesiumtekort
Cannabisplanten zijn magnesiumliefhebbers en magnesium is nodig voor de aanmaak van chlorofyl. Als er een tekort ontstaat, is dit dan ook direct te zien aan het - van binnenuit - lichter worden van de oudere bladeren, terwijl de nerven zelf groen blijven. Het tekort kun je aanvullen door wat extra magnesium aan het voedingswater toe te voegen tot dat de oude kleur is teruggekomen. De symptomen vertonen zich vaak in de bloei; het ziet eruit als een 'wolk-achtige' vergeling.

Calciumtekort
Dit tekort treedt vooral op tijdens sterke groei, omdat calcium een belangrijk onderdeel van de celwand is. Symptomen zijn; een geremde groei, slappe stelen en gele puntjes (voornamelijk bij oudere bladeren). Een calciumtekort komt in de praktijk weinig voor omdat er voldoende calcium in het leidingwater zit.

Zinktekort
Dit gebrek wordt meestal pas duidelijk in de tweede helft van de kweekcyclus. Let vooral op internodes (dat is de afstand op de stam tussen twee knopen) die langer worden, met aan het uiteinde soms een paar te kleine blaadjes. Vaak zul je om de lengte-as krullende bladeren zien. Met extra zink in de voedingsoplossing kun je dit probleem verhelpen.

Boriumtekort
Dit tekort komt zelden voor. Als je er bijtijds bij bent is het goed te verhelpen door de onderkant van de bladeren te besproeien met water waarin je een beetje boorzuur ( verkrijgbaar bij de apotheek ) hebt opgelost. Als de verdikte stam onderaan eenmaal opengebarsten is en het droge verrotte weefsel binnenin zichtbaar wordt, ben je al te laat en moet je de plant als afgeschreven beschouwen.

Uitdroging
Dit is een veel vaker voorkomend probleem. De bladeren zullen van buitenaf lichter kleuren en de nerf blijft tot heel laat groen gekleurd. De huidmondjes sluiten zich en de plant kan zijn vocht niet kwijt, waarna de plant verder niet meer in staat is nieuw water op te nemen. Uitdroging is een lastig probleem, bevochtigen is de enige oplossing

20.3 Bestrijdingsmethoden
Is er - ondanks alle voorzorgen- toch iets misgegaan, dan zul je daar tegen moeten optreden. Laat je in de keuze van een bestrijdingsmethode niet leiden door angstige visioenen over een compleet mislukte oogst. Blijf rustig en probeer uit te vinden wat er precies aan de hand is: welk beest is aan het werk en waarom staan de planten er zo zielig bij ? Wie de oorzaak kent en de verwachte schade kan schatten heeft de strijd al voor de helft gewonnen. Een enkele aangetaste plant kun je beter niet uit de ruimte verwijderen. Het aanwezige ongedierte zou alleen maar op zoek kunnen gaan naar verse plantjes om op te peuzelen. Met voldoende kennis over bestrijdingsmethoden ( en daarbij doel ik ook op de neven- en nawerking ) win je de andere helft van de strijd tegen plagen en ziektes.

De bestrijdingsmethoden om te plagen te lijf gaan, zijn in te delen in drie groepen:
natuurlijk, biologisch en chemisch.

Natuurlijk
Hieronder vallen alle huis-, tuin- en keukenmiddelen. Bedenk dat een natuurlijk middel niet altijd een vriendelijk middel hoeft te zijn. Gebruik geen bestrijdingmiddelen die overal voor te gebruiken zijn. Meestal vergiftig je hiermee zowel vriend als vijand! Waak er bovendien voor dat je ( bij eigen brouwsels) geen stoffen samenvoegt die verkeerd op elkaar kunnen reageren.
Er zijn ook plantenspray´s te koop die op natuurlijke basis vervaardigd zijn. Vaak zijn ze volledig biologisch afbreekbaar en kunnen ze gebruikt worden in combinatie met biologische middelen. Kijk voor een gecombineerd gebruik wel eerst op de verpakking of er een wachttijd geadviseerd wordt ( en zo ja, hoelang is de wachttijd? ).
Met de wachtijd wordt aangegeven hoe lang het goedje nodig heeft om afgebroken te worden. In die periode mag je dan ook niet oogsten, want het eindproduct is dan niet veilig om te consumeren.Een langere wachttijd is natuurlijk altijd beter en wordt door mij zonder meer aanbevolen. Na de 6e week bloei deze middelen niet meer gebruiken!

Biologisch
Biologisch bestrijding bestaat uit het inzetten van levend materiaal zoals predatoren, parasieten en micro-organismen en enzymen, die hun voedselbron vinden in de ongewenste gasten.Predatoren zijn als vleeseters niet geïnteresseerd in onze planten en dus absoluut onschadelijk voor het gewas. Al deze nuttige organismen komen van nature al in ons milieu voor. Het probleem is echter dat de juiste beestjes niet op het juiste moment en in de juiste aantallen in onze kweekruimte aanwezig zijn om plagen in de kiem te smoren. Daarom moeten predatoren het liefst al preventief in de kweekruimte worden losgelaten. Binnenshuis werkt deze vorm van biologische gewasbescherming uitstekend omdat de ruimte besloten is. De beestjes kunnen daarin niet anders dan de voorgeschotelde dis opsouperen. Het succes van deze aanpak hangt nauw samen met het aantal roofdiertjes dat je loslaat. Dat moet namelijk wel in een winnende verhouding staan tot de plaag die je te lijf wilt gaan. Natuurlijk hangt de effectivitëit ook samen met de vitaliteit van deze levende bestrijders. Het zijn ondanks hun reisverpakkingkwetsbare beestjes. Vermijd hoge temperaturen en bewaar ook geen voorraadje in de diepvries; het reduceert hun levenskrachten tot nul. Het beste is om na ontvangst de biologische bestrijders zo snel mogelijk in de ruimte uit te zetten. De verpakkingen, zoals die via elke growshop te bestellen zijn bevatten genoeg predatoren om een oppervlakte tot 4 vierkante meter mee te behandelen.

Chemisch
Bij een grotere plaag zullen helaas veel kwekers zich bedienen van zwaarder geschut (pesticiden) omdat huismiddelen te zwak zijn en je te weinig predatoren kunt rekruteren. Bedenk dat chemische middelen niet alleen dodelijk zijn voor de plaag die je wilt bestrijden, maar ook veel nuttige organismen zal vernietigen. Wil je na het bespuiten predatoren uitzetten, houd dan de nawerkingstijd van het middel goed in de gaten. Een spuitmiddel dat nog actief is, zal ook zijn uitwerking op de nieuwe hulptroepen niet missen!
Als je besluit om giftige middelen te gebruiken, Neem je dan je verantwoordelijkheid tegen de gebruiker van jouw oogstproduct op. In ieder geval ga je na of er een geen residu (= restant) van het middel op de plant en de bloemtoppen achterblijft; het maakt je oogst in feite ongeschikt voor wiet consumptie. Alleen middelen die na korte tijd volledig afgebroken worden, komen in aanmerking voor toepassing in onze kweekruimte. Het gebruik is dan aanvaardbaar mits de afbreektijd (en liever nog wat langer ) verstreken is alvorens geoogst gaat worden. Slechts en zeer beperkt aantal van dit soort paardenmiddelen zijn alleen verantwoord te gebruiken tijdens de groeiperiode van de plant. Het gros van deze middelen mag je nooit gebruiken op een korte wietteelt als de onze.

Werk veilig
Als je spuitmiddelen gebruikt, ga er dan vanuit dat zelfs het meest onschuldige middel ook voor de mens schadelijk kan zijn. Lees de aanwijzingen op de verpakkingen altijd goed door.
Kijk op de verpakking of er een aanduiding op staat voor giftigheid ( doodshoofd met gekruiste beenderen ). Deze middelen mogen door particulieren niet gebruikt worden. Een Andreaskruis staat op middelen die iets minder giftig zijn en in veel tuincentra gekocht kunnen worden. Spuitmiddelen kunnen ook heel goed via de huid binnendringen. Draag daarom bij het spuiten altijd beschermende handschoenen. Voorkom inademing van de spuitnevel door het dragen van een mondkap of stofmaker. Bij aanraking van het spuitmiddel onmiddelijk afspoelen met water. Na gebruik natuurlijk alles goed opruimen en ( voor kinderen) veilig achter slot en grendel opbergen.
Volgende
Vorige
aaaaaaaaaaaaiii