Deze pagina: 10.Zaden

10. Zaden
10.1 De Ontkieming (1e week)
10.2 Begin van de groei (2e/3e week)
10.3 Vegetatieve fase (4e tot 6e week)


10.Zaden
Zaden kiezen
Bij elke kweek start men altijd met het kiezen van wiet zaden. Misschien kun je een vrouwelijke wietstekjes krijgen, maar dit komt niet vaak voor en daarom is het beter de goede van de slechte wietzaden te kunnen onderscheiden. Denk eraan dat het zaad alle genetische kenmerken van de wietplant bezit. Zelfs het best ontwikkelde tuinbouwbedrijf zal zonder goede zaden nooit goede wietplanten krijgen. Een goede genetische samenstelling is 80 % van het werk. Een variëteit vinden met interessante effecten en smaken is de eerste zorg. Kies een variëteit die goed past bij binnenteelt. Binnen zijn er namelijk twee beperkende factoren.
De hoogte van het plafond,
de cultiveerbare oppervlakte.

Kweek kleine wiet planten om de hoogteproblemen gedeeltelijk op te vangen. Dit kan door variëteiten te kweken die niet groot worden (indica), of door kleine wiet stekken te forceren te bloeien (planten van het type sativa)
Kweek planten met korte bloeiperiode (indica) om ruimteproblemen gedeeltelijk op te vangen, waardoor meerdere oogsten per jaar mogelijk zijn. Daarvoor worden planten van het type indica aangeraden. Het zijn kleine, gedrongen, stevige planten met compacte en harsachtige wiettoppen. Ze bloeien 50 tot 60 dagen. Ze zijn verkrijgbaar onder de namen Afghani, Hindu Kush en Northern Light.
Kruisingen van sativa en indica zijn ook geschikt voor binnenteelt. De bekendste kruising van dat genre is skunk. Die plant combineert de aroma's en de exotische effecten van Cannabis sativa met de dichtheid en de korte bloeitijd van Cannabis indica. De laatste jaren doken ook andere kruisingen op, zoals de White Widow, AK47 en Jack Herrer. Deze geven ook uitstekende resultaten.

Hoewel Cannabis sativa de plant is met de meest interessante effecten, moet deze toch worden gemeden, omdat ze voor binnenteelt niet goed geschikt is. Terwijl Cannabis indica tot bloei kan worden gedwongen door een verandering in de lichtcyclus, bloeit cannabis sativa wanneer ze wil.

Een gezond zaadje is gedrongen, glad en hard. Per variëteit variëren de grootte en de motieven. Bleke en matte zaden zijn meestal steriel of niet volwassen. Verlies bij het opzetten van de binnenkweek geen tijd aan zaden waarvan de herkomst onbekend is. Gebruik ook geen zaden afkomstig van een toevallige bestuiving. Een aangename en goede plant levert niet noodzakelijk ook goede zaden. Om zeker te zijn van de kwaliteit van het zaad, is het noodzakelijk de mannelijke en vrouwelijke van elkaar te kunnen onderscheiden en te weten of de twee soorten die gekruist moeten worden bij elkaar passen. In Nederland verkochte zaden zijn meestal gefeminiseerde zaden en kruisingen van de eerste generatie die min of meer stabiel zijn. Gefeminiseerde zaden wil zeggen dat de zaden voor bijna 100 % vrouwelijke planten uit voort komen. Vanaf het moment dat kruisingen van eerste generatie worden gekruist, komt het genetsiche erfgoed van de oorspronkelijke ouders weer naar boven.Een kruising van een pure sativa met een pure indica levert mannelijke en vrouwelijke zaden op in een verhouding van 50/50. Ze lijken heel sterk op elkaar. Als de stabiele hybriden onderling worden gekruist, dan zijn de verkregen zaden in het ene geval sativa en in het andere geval, 10 % zijn hybride.

Om de hierboven beschreven en nog veel meer andere redenen is het verstandig zaden te kopen bij een zaadhandelaar die hierin zich gespecialiseerd is. Hij/zij levert je een kwaliteitsproduct. Het is zonde om tijd te verliezen aan het maken van zaden, je kunt beter concentreren op het wiet kweken.

10.1 De ontkieming ( 1e week)
In de buitenlucht zorgt de natuur voor alles. De volwassen plant produceert zaden, die op de grond vallen waar ze de winter doorbrengen. Na een winterslaap van meerdere maanden worden de zaden gewekt door de lente. Dan wordt de grond verwarmd en stijgt de hoeveelheid neerslag.

Vochtigheid en warmte zijn twee belangrijke factoren voor een geslaagd ontkiemen.

Het leven in de natuur is hard. De winterkou doodt veel zaden. Alleen de zaden die het best bestand zijn tegen de kou, slagen erin om de lente te ontkiemen. Alleen de sterkste overleven. De zaden met de meeste weerstand tegen de kou, het zijn de sterkste die zich het best verdedigen tegen de schadelijke elementen die men in de natuur aantreft ( insecten, parasieten en ziekten ). Binnen is de situatie compleet anders.Meestal heeft de wietkweker slechts een beperkte hoeveelheid zaden. Daarom moet hij/zij ervoor zorgen de zaden de grootste mogelijke kans te geven om te ontkiemen. Dat doet hij door de noodzakelijke voorwaarden te creëren voor een goede ontwikkeling en door de nodige ruimte te bieden voor een goede groei, zodat ze niet met elkaar hoeven te concurreren.

Om te ontkiemen heeft een zaadje de warmte van de zon nodig:
WARMTE
en de vochtigheid van de regen: WATER.
De makkelijkste manier om ze te bevloeien ( niet te veel ) en om de jonge scheuten boven de aarde te laten komen, is het plaatsen van de wietzaadjes in de aarde met de juiste temperatuur.
Neem voorzorgsmaatregelen om zo veel mogelijk kansen te geven aan alle zaden. Laat eerst de zaden ontkiemen voordat ze in de aarde worden gestopt.

Dit kun je op twee manieren doen:
Methode 1: doe enkele lagen keukenrol op een bord en bevochtig dit met water zodat het goed nat is, maar niet doorweekt. Plaats er nu de zaden in en leg er een nieuwe laag vochtige keukenrol overheen. Dek alles af met een ander bord om een donkere en vochtige ruimten te vormen. Open het af en toe om te ventileren en om schimmelvorming te voorkomen. Na 24 tot 28 uur splijten de zaden en komen de wortels te voorschijn. De Zaden die te veel tijd nodig hebben om te kiemen kunnen worden verwijderd. Zaden van goede kwaliteit die niet te oud zijn, ontkiemen voor 95 %.

Methode 2 : plaats de zaden in glas water ( mineraalwater ) met PH-waarde 7 . Zet het glas in het donker.
Na 24 a 28 uur gaat het zaadje open en er verschijnt een klein wit puntje (de wortel).
Vanaf het moment dat de wortel zichtbaar is haal je het zaadje uit het water om schimmel te voorkomen
Bij beide methodes is het ogenblik aangebroken om de zaden in het substraat (aarde) te leggen. De zaden die te lang in het water blijven liggen gaan rotten. Als de wortel verschijnt, plaats het zaad dan in het substraat (aarde). Om de planten de beste ontwikkelingsomstandigheden te bieden is een mini-kasje nodig.


1.Vul de potjes met het aardemengsel zonder te veel aan te drukken om de zuurstof bij de wortels wortels te laten komen.
2.Maak een gat van een halve centimeter diepte zo groot als het zaadje. Doe er het zaadje in en bedek het met wat aarde ( niet aandrukken ).
3.Bevochtig de aarde lichtjes met water met PH-waarde van 6,5 . Let er op dat je aarde niet doorweekt. De zaadjes kunnen beschimmelen door te weinig zuurstof.
4.Sluit het af ( deksel erop )
5.Als alles goed gaat, dringen de zaden na twee a drie dagen door de laag heen.
6.Haal op dat moment het deksel helemaal weg om de planten te laten ademen.
7.Bevloeien , maar niet te veel . Dan groeit bij de plant alleen de stengel en wordt dan zwak, overbevloeiing stimuleert schimmelgroei en dat kan fataal zijn voor jonge planten.
8.Plaats de planten onder de lamp vanaf het moment dat de eerste reeks bladeren uitkomt.
9.Als het een HPS-lamp betreft ( 40 cm voor 400 W ), let dan op dat ze niet verbranden door ze te dicht bij de lamp te plaatsen. Als het neonlampen zijn, doe dan het omgekeerde: plaats dan de zaailingen zeer dicht bij de lichtbron om te verhinderen dat alleen de stengels groeien.
10.Als de wortels de hele pot of plug steenwol hebben ingenomen ( ze komen dan onderaan naar buiten), plant ze dan over naar een grotere pot of plug.


10.2 Begin van de groei ( 2e/3e week)
Nu begint de plant zich zelfstandig te ontwikkelen. De groei is de periode waarin ze haar structuur opbouwt door stengels en bladeren te vormen. Daarvoor is een belangrijke hoeveelheid stikstof nodig. Met de eerste reeks wietbladeren kunnen de zonnestralen opgevangen worden voor het chlorofyl fotosynthese.Na twee of drie weken of moet de plant vijf of zes niveaus bladeren hebben. Zijtakken beginnen zich te ontwikkelen. Groeiende planten niet te veel bevloeien, anders ontwikkelen ze vooral de stengel in plaats van de knoppen. Laat de aarde wat luchten voor de volgende watergift.

10.3 Vegetatieve fase ( 4e tot 6e week )
Nu de plant op de juiste plek staat, gaat deze groeien en een stevige structuur voor de bloei ontwikkelen. De plant ontwikkelt nieuwe vertakkingen en de behoefte aan water, licht, CO² en meststof stijgt. De plant verbruikt vooral stikstof. Vergeet nooit dat een mooie groei de sleutel is tot een mooie bloei. Als de groei correct gebeurt, krijg de plant mooie groene bladeren om energie te produceren en een sterke structuur om gewicht te dragen.Let bij het kweken van wiet op aarde goed op de watergift, want naarmate de wietplant groeit, verdroogt de aarde sneller. Let erop dat de bladeren onderaan niet vergelen. Als ze vergelen, dien dan vloeibare groeimeststoffen toe.

Geslacht bepalen

Nu de planten zich hebben ontwikkeld, is het mogelijk het geslacht ervan te bepalen met de bedoeling alleen maar vrouwelijke planten tot bloei te brengen en alle ongewenste bestuivingen te verhinderen.

Voorbloei
Een indica-plant of een vroege hybride kent een soort puberteit tussen de vijfde en achtste bladoksel van de plant, als deze goed is gegroeid. Bijde vertakking is ofwel een bolletje voor een mannelijke plant, ofwel een wit draadje voor een vrouwelijke te zien. De voorbloei duurt slechts enkele dagen en de geslachtsorganen die worden ontwikkeld, zijn erg klein. Het is dan ook erg moeilijk te zien. Inspecteer de plant elke dag vanaf het vijfde bladniveau. Deze werkwijze kan, maar is minder betrouwbaar dan de volgende
Volgende
Vorige
aaaaaaaaaaaaiii