Deze pagina: 7.Verlichting

7. Verlichting
7.1 De juiste lamphoogte

7.Verlichting
licht = gewicht
We hebben het er eerder over gehad dat de verlichting een cruciale rol speelt in het kweekproces. Niet alleen het vermogen van de lamp, maar ook de kleur is belangrijk. Het licht dat de wiet planten binnen de ruimte ontvangen, is een bundeling van speciaal licht dat (afhankelijk van het groeistadium) voornamelijk een blauw spectrum( in de groei: kwik-jodide lampen) of een rood-oranje spectrum heeft ( in de bloei: natrium lampen).
Het blauwe spectrum imiteert de hoog-zomer zon - de groeiperiode voor de plant,
het rode spectrum imiteert de na –zomer zon - de bloeiperiode voor de plant.

Omdat we de belangrijkste periode, de bloei dus, oranje-rood licht nodig hebben, zullen we uitsluitend gebruik maken van hogedruk natrium lampen (HPS); je kunt kiezen tussen 400 of 600 watt armaturen. Bovendien hebben de wietplanten ( de wietstekjes) bij je leverancier al geruime tijd onder blauw licht gestaan( vooral t.l.-licht).

Ideale oppervlakten voor natrium-lampen ( HPS )
Voor lampen van 250 W -- 100 x 50 cm of 75 x 75 cm
Voor lampen van 400 W -- 100 x 100 cm
Voor lampen van 600 W -- 130 x 130 cm

Het verslijten van een lamp wordt vooral veroorzaakt door het in werking zetten. Hoewel de theoretische levensduur van een lamp 24.000 uur bedraagt, wacht niet met vervangen tot het moment dat de lamp kapot gaat. Hoe vaker de lamp wordt aangezet, hoe sneller de efficiëntie ervan verminderd. Daarom laten sommige kwekers de groei uitvoeren in ruimten die continu worden verlicht. Het is winstgevender om de lamp te vervangen wanneer deze 20% van haar oorspronkelijke efficiëntie heeft verloren, dan te besparen op de aankoop ervan. 20% minder lichtvermogen is 20% minder oogst. Vervang de lamp na 6.500 uur gebruik, of ongeveer één keer per jaar.

Reflector
Een factor die vaak wordt onderschat, is de manier waarop de lichtbundel zijn doel bereikt. Het lichtvlak ( dat is de ruimte die een lamp beschijnt ) moet overal evenveel licht ontvangen om een gelijkmatig opkomend gewas te krijgen. Met andere woorden: er moet overal evenveel licht zijn.De reflector moet diffuus zijn, geen glimmend oppervlak dus, want dat zou zorgen voor het zogenaamde ‘lamel effect ‘. Het gevolg van dit effect is, dat je meerdere schaduwen van bijvoorbeeld je eigen hand ziet. Met een glimmend oppervlak krijg je – binnen de lichtvlak- op bepaalde meer licht dan op andere. Daardoor krijg je aan de buitenranden vaak de kleinste planten. We gaan uit van de stelling LICHT=GEWICHT, we moeten er dus voor zorgen dat het licht een zo kort mogelijke weg aflegt naar de planten. Dit lukt het beste met een diepstraal-reflector.

7.1 De juiste lamphoogte
Ook de lamphoogte is een schromelijk onderschatte factor in de belichting van planten. De hoogte van de lichtbron is, in het licht van de eerder genoemde stelling, ontzettend belangrijk. Een te laag hangende lamp zorgt voor verbrande planten en bij een te hoog hangende lamp verliest de lichtbundel veel van zijn kracht. Dat resulteert in lange, iele planten en dus eindelijk in gewichtsverlies bij de oogst. Zorg dat de planten kunnen maximaal kunnen profiteren van het licht. Plaats de grootste aan de rand van de verlichte oppervlakte en plaats de kleinste direct onder de lichtbron. De grote planten werpen op die manier ook geen schaduw op de kleinere, die zo hun achterstand kunnen inhalen door meer licht te krijgen. Als de planten ongeveer even groot zijn, wissel ze dan regelmatig van plaats om te grote verschillen in de belichting te verhinderen.

Het effect van een lamp die 50 cm boven de planten hangt, is vier keer sterker dan een lamp die 100 cm boven de plant hangt. De hoeveelheid licht wordt dus vier keer kleiner als de afstand verdubbeld.Dit betekent echter niet dat je de lamp zo dicht mogelijk boven de planten kunt hangen, want de lamp is ook een warmtebron. Zoals bekend komt er een flinke hoeveelheid stralingswarmte van de lamp af. Dat kan tot gevolg hebben dat de temperatuur rond de top van de plant boven de 30 °C oploopt. Daarboven stopt de stofwisseling van de plant of erger nog, de bladeren verdrogen en sterven af. Om te voorkomen dat de temperatuur te hoog oploopt, kun je ventileren en de warme lucht afzuigen. Vaak helpt dat niet voldoende en zul je de lamp toch hoger moeten hangen. Omdat de omstandigheden in elke kweekruimte anders zijn, zal elke kweker zelf een goed compromis moeten zoeken tussen lichtopbrengst en temperatuur. Zorg in ieder geval voor dat je de mogelijkheid hebt om de hoogte van de lampen te kunnen aanpassen. Hang de lamp daarom aan kettinkjes of aan een touw, zodat je deze in hoogte gemakkelijk kunt verstellen.
Volgende
Vorige
aaaaaaaaaaaaiii