Deze pagina: 5.Installatie Ventilatie

5. Ventilatie
5.1 De afzuiger
5.2 Koolstoffilter
5.3 Luchtcirculatie
5.4 Lucht-inlaat

5. Ventilatie
De ventilatie valt uiteen in drie hoofdgroepen;
De afzuiging; het buiten de ruimte brengen van ‘afgewerkte’ lucht.
De lucht-circulatie; de luchtbeweging binnen de ruimte.
De lucht-inlaat; het naar binnen brengen van verse, CO²-rijke lucht.

5.1 De afzuiger
de aanschaf van een afzuiger heeft meer voeten in de aarde dan je aanvankelijk zult denken. Een ondermaatse ventilatie is de bottle-neck van veel, niet goed draaiende ruimtes. En vaak is het niet eens een kwestie van verkeerde zuinigheid, maar een onderschatting van de situatie en het onvoldoende rekening houden met beperkende faktoren.Het vermogen van een afzuiger wordt bepaald door het koolstoffilter, de flexibele slang, de verlichting, het uitlaatkanaal en door de inhoud van de ruimte. De tegendruk die ontstaat in de installatie, is al snel 30% van het totale vermogen. Dat zorgt ervoor dat we een grotere afzuiger moeten kopen dan in eerste instantie leek.

Beperkende faktoren:
Het koolstoffilter zorgt voor een grote tegendruk omdat deze zo is gemaakt dat de lucht minimaal 0,2 sec. In contact staat met de filter.
De flexibele slang is de volgende hindernis die voor een hoop tegendruk zorgt. Als we deze doorsnijden zien we aan de binnenkant ribbels; elk van deze ribbels zorgt voor turbulentie in de slang, en deze turbulentie zorgt weer voor een grotere tegendruk. We moeten er dus voor zorgen dat deze flexibele slang zo kort mogelijk blijft en dat er geen knikken in zitten.Verder moeten we rekening houden met het vermogen van de verlichting, dat bepaalt hoeveel warmte er door de lampen wordt afgegeven . In een ruimte waarin 600 watt-ers branden, wordt het warmer dan ruimtes met 400 watt-ers, en die ruimte heeft dus meer afzuigcapaciteit nodig.Het uitlaatkanaal dat we gebruiken, is de laatste hindernis waarmee we rekening moeten houden. Dit mag nooit te klein zijn; een vernauwing in het kanaal zou als een trechter werken.
De inhoud van je kweekruimte , bereken je door de lengte x breedte x hoogte te vermenigvuldigen . Oftewel Inhoud = L x B x H

Ruimtes die meer ventilatie nodig hebben, kunnen het beste gebruik maken van een slakkenhuis; deze is wat beter geschikt voor het grotere werk. Daarnaast is er een heel assortiment koolstoffilter verkrijgbaar. De beste, maar ook duurste systemen maken gebruik van box met daarin slakkenhuisventilator. Ze zijn gemakkelijk te installeren maar ook omdat ze in verhouding redelijk goedkoop, stil en zuinig in gebruik zijn. Ze moeten wel goed bevestigd in verband met trillingen.


5.2 Koolstoffilter
Een koolstoffilter is een bijzondere speciale luchtfilter die je in de kweekruimte hangt (plafond). Koolstoffilter is noodzakelijk om je wietgeur te laten verdwijnen. De actieve koolstof in de filter neutraliseert de negatieve geuren ionen die de geur veroorzaken.
De geur van wiet is zeer herkenbaar en indringend, het is dus van groot belang dat je omgeving ( buren ) dit niet ruikt en dit bereik je alleen met een goede koolstoffilter. De buren kunnen na het herkennen van wiet geur hoogst waarschijnlijk de politie bellen (Meld Misdaad Anoniem). Een filter is alleen van belang voor binnenkweek, buiten zul zul je niet zo heel veel last hebben van de geur.
Het is belangrijk om de hoes die om het het koolstoffilter heen zit af en toe schoon te maken. Dit doe je het beste met de hand met een temperatuur beneden de 30 °C. Dit schoon maken is nodig omdat de stof de hoes afdekt en de afzuigcapaciteit zal verminderen.
Zorg als je de hoes terug plaatst dat deze echt goed droog is.
Als het koolstoffilter vochtig wordt zal het zijn werking verliezen. Het is zeer belangrijk dat men de koolstoffilter niet in een ruimte gebruikt wordt waar de luchtvochtigheid hoger oploopt dan 80% a 90%, dit vanwege het feit dat een hogere luchtvochtigheid ervoor zorgt dat het filter zijn geurneutraliserend vermogen verliest.

De levensduur van een koolstoffilter is ongeveer 3 à 4 oogsten, hierna is deze aan vervanging toe omdat het filter in werking afneemt.

5.3 Luchtcirculatie
Met het naar binnen blazen van verse lucht ben je er nog niet. Een bladerdek is namelijk een goede isolator, zodat de lucht tussen de bladeren snel stilstaat. Zodra de lucht tussen de bladeren stilstaat, raakt de CO² in deze lucht snel uitgeput, de plant raakt in ademnood, waarna de stofwisseling stopt. Met andere woorden: de wietplant stopt overal mee. Je moet dus zorgen voor voldoende luchtbeweging in de ruimte. De beste oplossing is het plaatsen van één of meer zwenkventilatoren in de ruimte. Het is voldoende als alle wietplanten lichtjes bewegen nadat de ventilator erlangs heeft geblazen. Een plafondventilator zorgt voor een mooie verticale luchtbeweging tussen de bakken door.De afvoer van de warmte die wordt geproduceerd door de lamp zal dan sneller plaatsvinden.
Zwenkventilatoren mogen nooit te hard draaien; dat zou zogenaamd ‘waai-gaten’in het gewas veroorzaken.

5.4 Lucht-inlaat
Het inblazen van verse lucht kun je beperken tot het maken van een ruim gat, waar lucht door naar binnen gezogen kan worden. Maak dit alles wel weer goed licht-dicht! Als er lucht uit een ruimte wordt weggeblazen, ontstaat er een vacuüm, waarna de weggeblazen lucht wordt vervangen door verse lucht, naar binnen gezogen door het gat. Je kunt ervoor kiezen om de inlaat een ventilator te plaatsen. Deze inblaasventilator heeft iets kleinere capaciteit dan de uitlaat, er ontstaat nu een lichte onderdruk. Een onderdruk is geen vereiste, ware het niet dat bij een overdruk stank via kieren de ruimte kan doordringen. We plaatsen de inblaasventilator dichtbij de vloer zodat de ingeblazen lucht tussen de bakken en planten door omhoog gezogen kan worden.

Volgende
Vorige
aaaaaaaaaaaaiii