Deze pagina: 2.Cannabisplant

2. Cannabisplant
2.1 Cannabis Sativa
2.2 Cannabis Indica
2.3 Cannabis Ruderalis
2.4 Mannelijke plant
2.5 Vrouwelijke plant
2.6 De Hermafrodieten

2. Cannabisplant
Cannabis is een 1-jarige kruidachtige  wiet plant die in elk klimaat groeien, behalve natuurlijk in woestijnen en in de poolstreken. Het is een bloeiende zaadplant van de familie cannabacea (hennepachtige). Het wortelstelsel bestaat uit een grote centrale wortel waaruit zijwortels ontspringen die tot 40 cm diepte kunnen gaan. De plantstructuur, die gelijk is aan die van de wortels, bestaat uit een centrale stengel waaruit zijtakken groeien. De bladeren veranderen naarmate de plant veroudert.De eerste reeks bladeren bevat slechts een laag of lamina. Een volwassen plant bestaat meestal uit negen, soms zelfs uit elf lagen. Het uiterlijk van de plant variert. Dit is afhankelijk van de soort. Wereldwijd komen verschillende soorten voor. Er zijn drie belangrijke cannabissoorten:
cannabis sativa, cannabis indica en cannabis ruderalis.

2.1 Cannabis sativa
De cannabis sativa is een tamelijk grote wiet plant. De lengte varieert tussen de 1,5 tot 5,5 meter lang en de plant is niet erg dichtbegroeid (lichtval tot aan de grond). De plant produceert gladde zaden zonder spikkels of marmering en fijne bladeren. De bloeitijd verloopt traag en wordt zeer weinig beinvloed door de licht/donkerperiode of lichtcyclus. De plant groeit op breedtegraden lager dan 30 graden NB. In onder andere Mexico, Colombia, Thailand, India, Nigeria is deze plant aangetroffen. De cannabis sativa wordt meestal geconsumeerd in de vorm van gedroogd kruid (marihuana). Het effect is wat meer high dan stoned dan de andere soorten, dat wil zeggen meer opwekkend, meer opbeurend en meer stimulerend dan ontspannend of bedwelmend. Deze onstaat door een belangrijke aanwezigheid van THC en de mindere aanwezigheid van CBN, welke twee belangrijke actieve elementen van cannabis zijn. Deze variant is niet erg geschikt voor degene die wiet gebruikt om de verdovende eigenschappen. De patient moet zelf uitmaken welk product het product het best bij hem/haar past.

2.2 Cannabis indica
Deze wietplant is kleiner (1,2 tot 2,5 m) en heeft een dichtere bladdichtheid, soms zeer weelderig. De plant heeft meer afgeronde bladeren dan de cannabis sativa. De wietzaden zijn glad met gemarmerde motieven en de bloei verloopt snel: 50 tot 70 dagen. De plant groeit op 30 graden NB in onder andere Marokko, Afghanistan, Pakistan, Libanon en zelfs Nepal.
Cannabis indica krijgt erg harsachtige en dichte wiettoppen waaruit het hars wordt gewonnen om hasjiesj te produceren. Deze varieteit maakt de gebruiker meer stoned dan de opbrengst van de cannabis sativa soort . Dit komt door de tamelijk hoge hoeveelheid CBN.
CBN is in dezelfde mate en soms zelfs meer aanwezig dan THC.

2.3 Cannabis Ruderalis
Het is een zeer kleine plant ( 30 tot 60 cm ) die een tamelijke dichte bladdichtheid heeft. De plant heeft een snelle en vroege bloeitijd, want deze soort groeit op een breedtegraad boven 30 graden NB, waardoor er zeer weing tijd is om voor winter volgroeid te zijn. De soort heeft zeer weinig THC. De plant wordt gebruikt voor het genetische materiaal om een vroeg bloeiende hybride te verkrijgen uit een traag bloeiende plant. Zoals een kruising van sativa met een ruderalis, die in gematigde gebieden tot volle ontwikkeling komt. Tegenwoordig bestaan er talrijke varianten. Ze zijn het resultaat van meerdere kruisingen tussen de drie basissoorten, waardoor varieteiten zijn ontstaan met zeer verschillende kenmerken voor vroegrijpheid, bloeitijd, rendement of medisch potentieel en weerstand tegen ziekten.

2.4 Mannelijke plant
De voorplanting van cannabis is een natuurproces. Een belangrijke botanische kenmerk van cannabis is dat het een tweehuizige plant is. Dat betekent dat er mannelijke planten en vrouwelijke planten zijn en soms zelfs hermafrodieten of tweeslachtige planten. De volwassen mannelijke plant brengt toppen voort die zo een beetje overal op de plant groeien en die onderaan trosjes vormen. Op het juiste moment opent de plant de bloemen en laat de plant zeer lichte pollen los . De pollen bestuiven de vrouwelijke planten, maar bevestigen zich eerst op de stampers. Tijdens de groei kan de mannelijke plant bijna niet worden onderscheiden van de vrouwelijke, meestal is de eerste veel vroeger geslachtsrijp.

2.5 Vrouwelijke plant
De volwassen vrouwelijke plant produceert ook bloementrosjes die een opeenhoping zijn van kelkjes en stampers. Elke kelk bevat een eicel die door contact met pollen wordt bestoven. Als de mannelijke plant de stuifmeelkorrels afgeeft, zetten die zich vast op een lange stamper, waarlangs ze afdalen om de kelk binnen te dringen. In de kelk ontwikkelen de zaden zich nadat ze zijn bestoven. Het zaad is het product van twee verschillende individuen. Ze hebben dus de genetische kenmerken van twee ouders, waarbij ze de helft van elke ouder erven. Mits deze laatste tot een zuivere soort behoren of tot een gestabiliseerde kruising. Hoewel het mogelijk is om te zaden te maken door mannelijke pollen in de kweekruimte binnen te laten, wordt dat om twee redenen sterk afgeraden:
zaad van goede kwaliteit maken is erg moeilijk; de plant zal van mindere kwaliteit zijn ( vooral qua smaak) en het rendement lager.
Niet alleen de genetische kwaliteiten en de goede omstandigheden voor de groei verhogen de productie van bloemen. Er bestaat ook speciale techniek.
De vrouwelijke plant mag niet worden bestoven. Tijdens de bloei, als de plant nog niet is bevrucht, gebruikt deze al haar energie voor de productie van de geslachtsorganen wiettoppen(kelken en stampers) en cannabinoiden, in plaats van het gebruiken van energie voor de vorming van zaden. Dat laatste is trouwens erg uitputtend. Zonder bestuiving krijg je een plant met vollere,zwaardere wiet toppen die beter geuren en meer suiker en THC bevatten. Deze wietplanten wordt in de volksmond wiet genoemd.

2.6 De Hermafrodieten ( tweeslachtige plant )
Soms zijn de wietplanten hermafrodieten en dragen ze tegelijkertijd mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Die planten kunnen zichzelf dus bestuiven. De wietplant kan in verschillende mate hermafrodieten zijn:
Een meerderheid vrouwelijke bloemen, moeilijk op te merken ( te bewaren );
Evenveel mannelijke als vrouwelijke bloemen ( weg te gooien );
Een meerderheid mannelijke bloemen ( weg te gooien ).
Sommige kwekers bewaren de licht vrouwelijke hermafrodiete planten om er de pollen van op te vangen. Dit pollen is wel het mannelijke deel van de reproductie, maar zijn niettemin genetisch vrouwelijk en produceren wietzaden die zo goed als 100 % vrouwelijk zijn.
Men vermoedt dat er een verband bestaat tussen die stress die een plant ondergaat en het feit dat ze hermafrodiet wordt. Maar er zijn varieteiten die van nature zijn.
Volgende
Vorige
aaaaaaaaaaaaiii